Naar de inhoud

Minstraat 27 – 65 · oneven zijde

De hofjes van
de Minstraat

Twintig huizen die ooit gratis waren, gebouwd door drie eeuwenoude liefdadigheidsinstellingen.

Historie / hofjes

Loop je door de Minstraat en kijk je naar de oneven kant, dan zie je één lange, doorlopende gevelwand in neorenaissance-stijl. Het lijkt één bouwproject. Dat was het niet.

Het zijn drie rijen vrijwoningen, gebouwd in 1901 en 1902 door drie verschillende Utrechtse liefdadigheidsinstellingen — elk eeuwenoud, elk met eigen geld, elk met een eigen gevelsteen. Ze bouwden vlak na elkaar en stemden hun ontwerp op elkaar af. Het resultaat is een straatwand die er als één geheel uitziet.

656361595755◆ Bartholomeus5351494745◆ Leeuwenbergh434139373533312927◆ Van Pallaes RICHTING ROTONDE → ← EINDE VAN DE STRAAT
Bartholomeusgasthuis · 55–65 · 1902 Gasthuis Leeuwenbergh · 45–53 · 1901 Fundatie Maria van Pallaes · 27–43 · 1901
Schematische geveltekening, gezien vanaf de even kant van de straat — hoge nummers links, de rotonde rechts. Eén doorlopend zadeldak per rij, zoals de vrijwoningen gebouwd zijn. ◆ markeert waar de gevelstenen zitten.

Het principe

Wat is een vrijwoning?

De naam zegt het: vrij van huur. Wie er woonde, betaalde niets.

Het klinkt genereuzer dan het was. De woningen waren met opzet minimaal gehouden om de kosten te drukken:

Eén kamer, en verder niets

  • Één kamer met een zolder erboven
  • Een bedstee, een kachel, en een trapje naar de zolder
  • Gebouwd in een rij onder één doorlopend zadeldak
  • Het privaat stond buiten en werd gedeeld met de buren

En hier zit de wrange kern: de allerarmsten woonden er niet. Bewoners kregen er soms voedsel, brandstof of wat geld bij, maar dat was niet genoeg om van te leven. Je moest dus eigen inkomen of spaargeld hebben. In de praktijk woonden er vooral oudere winkeliers en ambachtslieden — mensen die tijdens hun werkzame leven iets opzij hadden gelegd en op hun oude dag de huur wilden uitsparen.

Wie écht niets had, kwam niet in aanmerking.

De bouwers

Drie instellingen, drie gevelstenen

Nummers 27 – 43 · 9 woningen

Fundatie van Maria van Pallaes

1901

Maria van Pallaes (1587–1664) was een Utrechtse patriciër. In 1649 stelde ze vast dat ze geen erfgenamen meer had, en besloot ze haar vermogen aan armenzorg te besteden.

In 1651 liet ze twaalf kameren bouwen aan de Agnietenstraat, die er nog staan. Maar haar fundatie bleef ook ná haar dood doorbouwen: van het nagelaten vermogen werden nog achtentwintig woningen neergezet — aan de Pallaesstraat, de Wulpstraat en de Minstraat.

Deze negen huizen zijn dus gebouwd met geld van een vrouw die tweehonderdvijftig jaar eerder was overleden.

Gevelsteen◆ Wapen van Maria van Pallaes
Nummers 45 – 53 · 5 woningen

Gasthuis Leeuwenbergh

1901

Het Leeuwenberchgasthuis gaat terug op het pesthuis dat in 1567 buiten de stadsmuren aan het Servaasbolwerk werd gebouwd — het markante gebouwtje dat er nog altijd staat.

De instelling bouwde hier vijf vrijwoningen, direct aansluitend op de rij van Van Pallaes en in dezelfde stijl.

Gevelsteen◆ “Gasthuis Leeuwenbergh” + ANNO 1901
Nummers 55 – 65 · 6 woningen

Bartholomeusgasthuis

1902

Het Bartholomeusgasthuis is de oudste nog bestaande zorginstelling van Nederland, opgericht in 1367. Het bestaat vandaag nog steeds, aan de Lange Smeestraat.

Als laatste van de drie sloot het de gevelwand af, een jaar na de andere twee.

Gevelsteen◆ “Bartholomeï Gasthuis” + ANNO 1902

De data

Huis voor huis

Alle bouwjaren hieronder komen uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Ze bevestigen de gevelstenen tot op het jaar nauwkeurig.

De oneven zijde · 20 vrijwoningen
NummersBouwjaarInstelling
27, 29, 31, 33, 35, 37, 39, 41, 431901Fundatie Maria van Pallaes
45, 47, 49, 51, 531901Gasthuis Leeuwenbergh
55, 57, 59, 61, 63, 651902Bartholomeusgasthuis

De even kant is een ander verhaal: nummers 28 tot en met 58 zijn in 1904 gebouwd, als gewone particuliere woningbouw. Nummer 32 en 32A dateren van 1903.

En dan is er nummer 26 — bouwjaar 1983. De enige naoorlogse woning in dit deel van de straat. Die staat op de hoek van de Abstederdijk, een van de terreinen die tijdens de stadsvernieuwing van de jaren tachtig opnieuw is bebouwd.

Zelf kijken

Wat je nu nog kunt zien

Ga eens op de stoep aan de even kant staan en kijk naar de overkant:

  • De gevelstenen. Drie stuks, op de overgangen tussen de rijen. Zoek het wapen van Maria van Pallaes bij 27–43, en de naamstenen bij 45 en 55.
  • De doorlopende daklijn. Één zadeldak over een hele rij — het bouwprincipe van de vrijwoning, om kosten te sparen.
  • De maat van de huizen. De oorspronkelijke vrijwoningen waren écht één kamer diep. In de BAG zie je dat terug: de kleinste woningen in de straat meten nog geen 50 m².
  • De overgangen tussen de drie rijen. Kijk naar het metselwerk en de raamindeling — ze lijken op elkaar, maar zijn niet identiek. Drie opdrachtgevers, drie uitvoeringen.

Verder graven

Bronnen over de hofjes

← Terug naar de geschiedenis van de Minstraat

Een site voor en door bewoners van de Minstraat in Utrecht. Geen commerciële partij, geen advertenties, geen volgcookies.