Naar de inhoud

Historie · Minstraat 26 – 65

Het Minstroomgebied
De geschiedenis van onze straat

Van riviergeul tot hoveniersland tot woonstraat — en twintig huizen die ooit gratis waren.

Oudste vermelding
1133Abstede, als Abbenstade
Straat gebouwd
1901–1904op oud hoveniersland
Vrijwoningen
20oneven zijde, 27 t/m 65
Beschermd
20131e stadsgezicht van Utrecht

De Minstraat is geen gewone straat. Ze ligt in het Minstroomgebied — het oude tuindersgebied dat Utrecht eeuwenlang van groente voorzag. En bijna elk huis aan de oneven kant is een voormalige vrijwoning: een huis dat rond 1901 werd gebouwd door een liefdadigheidsinstelling, om er arme ouderen gratis in te laten wonen.

Dat verleden is nog steeds zichtbaar, als je weet waar je moet kijken.

Deel een

Eerst was er water

De naam zegt het al. De Minstraat is genoemd naar de Minstroom, het riviertje dat hier nog altijd door de buurt loopt.

± 200 n.Chr.

Al eeuwen vóór onze jaartelling stroomden de Rijn en de Vecht door het gebied waar Utrecht nu ligt. Eigenlijk was het één rivier, die zich net ten zuiden van de latere stad — onder Tolsteeg — splitste: de Rijn naar het westen, de Vecht naar het noorden. Die rivieren waren nog niet bedijkt en verlegden voortdurend hun loop. Wat ze achterlieten was een lappendeken van dichtgeslibde beddingen en restgeulen — en vooral: vruchtbare grond.

12e eeuw

Toen de Stadsbuitengracht en de Oudegracht werden gegraven, werd aan de oostkant een grote bocht van de Vecht afgesneden. Die verlandde snel. Je kunt hem nog steeds zien: het bochtige verloop van de Abstederdijk en de Zonstraat volgt die oude rivierloop.

Niet al het water verdween. De Minstroom is zelf ook een oude restgeul van de Vecht. Lange tijd vormde dit stroompje de grens van de Utrechtse stadsvrijheid — het gebied waarbinnen de wetten van de stad golden. Wie de Minstroom overstak, verliet de stad.

1569–’70

Op de oudst bekende kaart van Utrecht, getekend door Jacob van Deventer, is te zien dat de Minstroom toen nog een aftakking had die langs het begin van de Zonstraat liep.

Waar komt de naam vandaan?

Min komt vermoedelijk van Meent — de gemeenschappelijke weidegrond van de buurtschap. De Minstroom heette vroeger dan ook de Meentstroom. De straat is naar het water genoemd, niet andersom.

Deel twee

Het hoveniersgebied

Die vruchtbare rivierklei maakte het gebied uitermate geschikt voor groente en fruit. Vanaf de middeleeuwen vestigden zich hier hoveniers: tuinders die op kleine stukken land teelden en hun waar in de stad verkochten. Abstede wordt al in 1133 genoemd, als Abbenstade.

In de twaalfde eeuw werd de Minstroom afgedamd — een aanwijzing dat er toen al mensen langs woonden die hun producten per platte schuit naar de stad brachten.

Hoe de hoveniers leefden

  • Hun land was verdeeld in kleine akkers die hoeken heetten: een hoek spinazie, een hoek sla.
  • Op het land stond een grote wasbak. Tot in de jaren dertig kwam dat waswater rechtstreeks uit de Minstroom.
  • Ze hielden vee naar seizoen: 's winters koeien voor de melk, in het voorjaar varkens — die aten het groenteafval op en leverden mest.
  • Verkoop ging aan de deur of op de markt, per paarden- of hondenkar. De hoveniersmarkt was van vijf tot zeven uur 's ochtends op het Jacobikerkhof.
  • Ze trouwden vrijwel altijd binnen eigen kring, neven en nichten inbegrepen. Daardoor kwamen namen als Jongerius, Kersten en Achterberg steeds terug — en waren bijnamen nodig om iedereen uit elkaar te houden. De familie Jongerius kende De Bril, De Sok en De Beer.
  • Tot eind negentiende eeuw waren ze herkenbaar aan hun kleding: de mannen op zondag in zwart pak met platte hovenierspet, de vrouwen in het zwart met een werkmuts of een stadsmuts.

's Winters lag het werk grotendeels stil. Dan trokken de tuinders naar het hakgebied bij Bunnik om hout te hakken, wasten ze late andijvie en maakten ze prei schoon. Begin maart kwam de eerste winterspinazie binnen en kwam er weer geld.

Wie tegenslag had en de pacht niet kon betalen, verloor zijn zelfstandigheid en verhuurde zich als spitter — dagwerk, onzeker bestaan.

Deel drie

De straat ontstaat

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werd er voor het eerst buiten de Utrechtse singels gebouwd. Particulieren kochten grond op van hoveniers en zetten er arbeiderswoningen neer. De hoveniersgrond raakte versnipperd.

Er was geen plan. Speculanten hoefden alleen rekening te houden met de bestaande perceelgrenzen — en omdat het naburige land vaak nog in gebruik was, ontstonden er vreemde sprongen en rare hoeken in het stratenpatroon. Dat zie je nog altijd aan de Abstederdijk.

De woningkwaliteit was navenant: klein, dicht op elkaar, met als sanitair een kraan in de keuken en een droogcloset in de tuin.

In dat decor werd de Minstraat gebouwd. En de bouwjaren vertellen een opvallend strak verhaal:

Bouwjaren · bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen
HuisnummersBouwjaarWat
27 – 43 oneven1901Vrijwoningen Fundatie Maria van Pallaes
45 – 53 oneven1901Vrijwoningen Gasthuis Leeuwenbergh
55 – 65 oneven1902Vrijwoningen Bartholomeusgasthuis
32 en 32A1903Particuliere woningbouw
28 – 58 even1904Particuliere woningbouw
261983Nieuwbouw uit de stadsvernieuwing

De hele oneven kant van dit deel van de straat is dus in drie jaar tijd neergezet door drie liefdadigheidsinstellingen, die samen één aaneengesloten neorenaissance gevelwand vormden.

Lees verder over de hofjes →

Deel vier

Van tuindersland naar arbeiderswijk

Rond 1900 bestond de bevolking van Abstede grotendeels uit arbeiders en winkeliers: veel metselaars, maar ook slagers, schoenmakers, een kleermaker. Met de mensen kwamen de voorzieningen — winkels, scholen, enkele fabrieken en wasserijen.

In de Minstraat stond de Petrus Canisiusschool, waar de katholieke jongens van deze kant van het spoor naartoe gingen. De katholieke meisjes gingen naar de school aan de Notenbomenlaan. Aan de Abstederdijk stonden de katholieke Leoschool (1888) en de Openbare Lagere School Abstede (1881) naast elkaar.

De Petrus Canisiusschool is later afgebrand. Op dat terrein in de Minstraat kwam tijdens de stadsvernieuwing nieuwbouw.

Ondertussen verdwenen de hoveniers. Vanaf 1860 verkochten ze massaal hun grond. De aanleg van de Oosterspoorbaan in 1872 hakte het gebied verder op. De Grift werd gedempt voor de Looierstraat — waar je in de woningen daar nóg een verzakking kunt zien op de plek waar het water liep.

Deel vijf

Sloop, verzet en behoud

In de jaren zestig en zeventig kwam de grootste bedreiging. De gemeente wilde een vierbaans invalsweg door Abstede naar de binnenstad aanleggen. Grond en woningen werden opgekocht en tijdelijk verhuurd. Door de onzekerheid trokken gezinnen weg, verdwenen de winkels, en werd er niets meer aan onderhoud gedaan — de huizen zouden immers toch gesloopt worden.

Een van de laatste hoveniers die vertrok was A.J. Emmelot, met zijn kwekerij aan de Minkade. In 1976 moest hij wijken voor de gemeenteplannen.

1973

Bewoners richten het wijkcomité NAKA op — Nieuw Aktie Komitee Abstede — met twee doelen: de invalsweg tegenhouden en de buurt heropbouwen.

1975

Allebei gelukt. De gemeenteraad verwierp het plan voor de invalsweg en wees Abstede aan als rehabilitatiegebied: woningen én woonomgeving moesten zoveel mogelijk in oude staat hersteld worden. Het uitgangspunt werd vastgelegd in het BASTA — Basisprogramma Stadsvernieuwing Abstede — met als kern dat de wensen van bewoners het vertrekpunt zouden zijn.

Makkelijk ging het niet. Gemeente en bewoners werden het niet eens over hoeveel woningen gesloopt moesten worden. Pas ná een rechtszaak werd besloten de sloop tot een minimum te beperken en zoveel mogelijk te renoveren.

Twee gevelstenen in de buurt vatten dat gevecht samen:

BASTA 1988
Hoeksteen in de Abstederhof
Hier rust het ongenoegen van de Oosterbuurt
Op 15 mei 1985 gemetseld in de muur van Zonstraat 28, nadat de stadsvernieuwing was afgerond

Op stukken grond die niet bebouwd werden, kwamen volkstuinen — mede dankzij bewoners en de Werkgroep Herstel Leefbaarheid Oude Stadswijken. Die liggen er nog, tussen de huizen, bereikbaar via achtertuinen. Er groeit vooral groente, maar er staan ook nog fruitbomen die de hoveniers hebben achtergelaten.

Deel zes

Beschermd stadsgezicht

In april 2013 wees de Utrechtse gemeenteraad het Minstroomgebied aan als het eerste gemeentelijk beschermde stadsgezicht van Utrecht — op verzoek van de bewoners zelf. Een erkenning van precies datgene waarvoor de buurt veertig jaar eerder had gevochten.

De hoveniers zijn weg, de scholen zijn appartementen geworden en de fabrieken zijn verdwenen. Maar de Minstroom stroomt nog, de volkstuinen liggen er nog, de hovenierswoningen staan er nog — en de gevelstenen aan de overkant van de straat vertellen nog steeds van wie deze huizen ooit waren.

De bron van dit verhaal

De brochure die bij iedereen in de bus lag

Het
Minstroom­gebied
Gemeente Utrecht
Oktober 2010

De geschiedenis van een Utrechts hoveniersgebied

In oktober 2010 verspreidde de gemeente Utrecht deze publieksbrochure in de wijk. Zestien pagina's, rijk geïllustreerd met foto's uit Het Utrechts Archief. Het grootste deel van het verhaal hierboven komt hieruit.

↓  Download de brochure (PDF, 3 MB)

Uitgave: Gemeente Utrecht, StadsOntwikkeling — Stedenbouw en Monumenten. Tekst: Ilse Keessen, met dank aan Bettina van Santen, Henk Jansen en René de Kam. Beeld: Het Utrechts Archief, Manya Rossier, René de Kam, Ilse Keessen.

Verder graven

Bronnen en archieven

A Het Utrechts Archief

Een site voor en door bewoners van de Minstraat in Utrecht. Geen commerciële partij, geen advertenties, geen volgcookies.